Breken met je ouders, Marloes Hospes

Terug naar het overzicht van aanbevolen hulpbronnen

Bespreking door Stefan Kapitany

 

Marloes Hospes (1971, pseudoniem) is ervaringsdeskundige m.b.t. de inhoud van dit boek.

Voor zover mij bekend is er weinig geschreven over de last en dilemma’s die volwassenen kunnen ervaren in het contact met hun ouders. Terwijl het juist zo’n relevant onderwerp is. Tenslotte spelen problemen in de interactie met anderen doorgaans in het bijzonder in de interactie met de eigen ouders.

Ter sprake komen allerlei nare ervaringen, moeilijke dilemma’s, keuzes en ontknopingen die kunnen spelen in het contact tussen volwassenen en hun ouders. In het boek wordt ook enige uitleg gegeven over psychologische processen en problemen zoals parentificatie en symbiotische relaties. Dit boek kan daarom interessant zijn voor wie worstelt met het contact met zijn ouders.

Maar wat is het jammer dat het boek deze titel heeft gekregen! De titel suggereert dat het boek gaat over het verbreken van contact met je ouders en dat dat iets positiefs zou zijn. Mogelijk zullen mensen die er wat aan hadden kunnen hebben, door de titel het boek ongelezen laten.

Mij lijkt het in het algemeen niet zinvol om contact met een ander voor altijd te verbreken en al helemaal niet met je ouders.

In hoofdzaak gaat het boek daar wat mij betreft echter niet over. Vooral wordt in dit boek illustratief beschreven hoe ook op latere leeftijd interacties tussen volwassenen en hun ouders nog steeds pijnlijk en ontwrichtend kunnen werken. Verder wordt besproken hoe ongezonde patronen in het contact met je ouders kunnen worden doorbroken. Het belang van contact met jezelf in het contact met je ouders komt naar voren. Zodat je uit problematische interactiepatronen met je ouders kan komen als je daar als volwassene nog steeds in verstrikt zit. Het boek behandelt kortom de mogelijkheid om jezelf als volwassene in het contact met je ouders te ontwikkelen; en om positief gericht het contact met je ouders de vorm en inhoud te geven die passend is.

 

Hieronder volgen enkele fragmenten uit het boek.

Uit een lijst van patronen in het contact met hun ouders, die mensen zich op een gegeven moment bewust kunnen worden (pagina 17 e.v.):

  • Mijn ouders’ wil was en is nog steeds de wet.
  • Mijn ouders bemoeien zich met ieder aspect van mijn leven, ook al ben ik volwassen.
  • Mijn kwaadheid wordt afgedaan als onzin.
  • Mijn ouders bemoeien zich op een vervelende manier met mijn partnerkeuze.
  • Als er ruzies zijn tussen mijn ouders, dan moet ik bemiddelen.
  • Mijn ouders verwachten alle aandacht van mij te krijgen en anders worden ze boos.
  • Mijn ouders noemen me vaak egoistisch als ik geen tijd voor hen heb.
  • Als ik mijn ouders gezien heb of door de telefoon met hen gepraat heb, voel ik me kwaad en uitgeput.

 

Eén van de levensverhalen die in het boek verteld worden:

“Ons gezin leek aan de buitenkant heel normaal: ik en een jonger broertje, mijn moeder en een stiefvader. Mijn echte vader overleed toen ik 5 jaar was en mijn broertje 3. (…) Toen ik 9 was en met mijn moeder en broertje in de stad was, kwam mijn moeder in gesprek met een meneer. (…) Die man, laat ik hem Ed noemen, kwam daarna regelmatig over de vloer en na een jaar zijn ze getrouwd. (…) Voor mij had hij wat minder aandacht in het begin, maar dat begon te veranderen toen ik ongeveer 12 was en borstgroei kreeg. Hij vroeg me regelmatig als we alleen waren of hij mijn borsten mocht zien. (…) Toen ik 13 was ging het echter van kwaad tot erger. Mijn moeder ging een paar keer per jaar een weekend weg naar haar moeder, die tweehonderd kilometer verderop woonde. Wij bleven dan alleen met Ed. (…) Maar algauw was het zelfs zo dat hij bij mij in bed kroop. Het begon met strelen en dat voelde heel naar voor mij. Een echte verkrachting heb ik niet meegemaakt, maar dit was al erg genoeg voor een jong meisje. (…) Al dagen van tevoren had ik last van buikpijn en hoofdpijn en ik wendde allerlei ziektes voor om ervoor te zorgen dat mijn moeder niet weg zou gaan. Ook probeerde ik te regelen dat ik dat weekend naar een vriendin zou kunnen om daar te logeren, maar dat vond Ed geen goed idee dus dat ging niet door. Mijn moeder begon zich langzamerhand af te vragen waarom ik, haar dochter van 14 jaar oud, steeds zo moest huilen als ze wegging. Op een dag nam ze me apart. Ed was naar zijn werk en we hebben de hele middag gepraat. (…) Hij ontkende natuurlijk alles, maar gelukkig geloofde ze mij. (…) Ik had verwacht dat mijn moeder hem de deur zou wijzen en een scheiding zou aanvragen, want dan zouden we rust hebben van Ed. Tot mijn grote verbijstering gebeurde dat niet. Ed beloofde in therapie te gaan met haar en ze bezochten een paar keer een relatietherapeut. Ik weet niet eens of daar wel over het misbruik gepraat is of dat het voornamelijk over hun eigen relatie ging. Er werd amper gepraat in huis; ik had het gevoel dat ik doodgezwegen werd. (…) Ik voelde dat mijn moeder mij onbewust dingen kwalijk nam. Het was alsof ik verantwoordelijk werd gehouden voor de relatieproblemen tussen haar en Ed. Deze tijd was haast nog vreselijker voor mij dan de tijd van het misbruik, want nu had ik ook mijn moeder verloren. Hoewel Ed me nooit meer heeft misbruikt, heb ik me nooit meer veilig gevoeld in huis. (…) Op mijn zestiende was de sfeer thuis al zo lang verziekt dat ik het huis uit ben gegaan. (…) Op mijn dertigste ben ik getrouwd en we kregen twee kinderen. (…) Met angst en beven ben ik aan het gesprek met mijn moeder begonnen. Na jarenlang alleen over oppervlakkige dingen te hebben gepraat was dit wel iets heel anders, en met bevende handen begon ik haar vragen te stellen. Ze had niet veel zin om hierover te praten, maar na veel aandringen van mij zei ze dat ze bij Ed gebleven was omdat ze wist dat hij het nooit meer zou doen als zij thuis zou blijven ‘s nachts. (…) Ik vroeg ook of ze het in de relatietherapie ooit nog gehad hadden over wat hij met mij gedaan had. Nee, zei ze, het ging alleen over hoe ze hun relatie in stand konden houden. (…) Toch bekijk ik het nu alsof zij mij in de steek heeft gelaten in plaats van andersom, want zo voelt het voor mij.”