dilemma’s

 door Stefan Kapitany

 

 

Persoonlijke groei en dilemma’s

De toename van innerlijke vrijheid en flexibiliteit kan je beschouwen als het uiteindelijke doel van persoonlijke groei. Het aangaan van zo’n groeiproces is wat helpt om psychologische en zelfs lichamelijke klachten en problemen op te lossen. Vanzelfsprekend zijn niet alle klachten en problemen zijn op deze manier helemaal op te lossen. Maar ook dan kan het werken aan persoonlijke groei toch leiden tot verbetering van je functioneren en de kwaliteit van leven.

Groei richting vrijheid en flexibiliteit  is voortdurend mogelijk in het dagelijks leven. Dit geldt echter ook voor stagnatie richting onvrijheid en inflexibiliteit. Beide mogelijkheden treden voortdurend op in het dagelijks leven. Iedereen loopt wel eens vast, niemand is voortdurend vrij en flexibel. Toch kan je steeds een draai maken. Dit is bij uitstek het geval wanneer je je geplaatst ziet voor een dilemma. 

 

Wat is een dilemma?

In het dagelijks leven loopt iedereen voortdurend aan tegen dilemma’s. Dilemma’s kan je ervaren op elk gebied. Bijvoorbeeld, iemand wil net een lekkere snack pakken en opeten, maar bedenkt zich dan dat hij eigenlijk wilde afvallen. Een ander heeft er genoeg van om elke dag met zijn moeder te bellen, maar ziet er tegen op om haar dit duidelijk te maken. Weer een ander zou graag nog even wat overwerken, maar hij weet ook dat hij met zijn partner had afgesproken samen meer tijd door te brengen. Zal je tijdens een kletspraatje met collega’s de toch wat indiscrete roddel vertellen die op het puntje van je tong ligt, of houd je hem binnen?

Onder een dilemma kan je verstaan de situatie waarin je aarzelt: zal je toegeven aan een drang ergens toe of ga je kiezen voor iets wat je belangrijker vindt, namelijk een waarde? 

 

Drijfveren en waarden

Een drang of drijfveer ergens toe overkomt je als het ware vanzelf. Je kan niet kiezen voor een bepaalde drang. Het is evenmin mogelijk een drijfveer uit jezelf te verwijderen. Integendeel, een drijfveer wordt net als een gedachte eenvoudig opgeroepen door iets in je omgeving. Net als gedachten komen drijfveren voortdurend bij je op. Wie bijvoorbeeld honger heeft, zal de vanzelf drang voelen om iets te gaan eten. Een drijfveer is gericht op je eigenbelang. Het uitleven van een drijfveer hoeft echter niet steeds in je eigen belang te zijn. Wie bijvoorbeeld vlak voor het avondeten zijn honger stilt met snacks, krijgt daar waarschijnlijk spijt van.

Een drang tot bepaald gedrag maakt inflexibel en voelt ook onvrij. Je kan in eerste instantie alleen maar toegeven aan – of je verzetten tegen een drang ergens toe. Zodra het lukt om begripvol te kijken naar wat je eigenlijk aan het doen bent ontstaat een nieuwe situatie. Zodra je je gedrag begripvol doorziet, word je je ook bewust van de mogelijkheid om voor iets anders te kiezen. Het is altijd mogelijk om gedrag te begrijpen als voortkomend uit invoelbare drijfveren en als samenhangend met de omgeving. In de psychologie wordt dit begripvol en onbevangen kijken naar gedrag ook wel mentaliseren genoemd. Ook als je dan nog niet direct weet wat je voor je gedrag in de plaats wilt laten komen, kan je er echt mee stoppen een bepaalde drijfveer uit te leven. 

Een soort buitencategorie van drijfveren wordt gevormd door waarden. In tegenstelling tot een gewone drang overkomt een waarde je niet. Een waarde stel je zelf vast en kies je. Een waarde is in feite een helder idee over wat je belangrijk vindt, of waardevol. Het kan een waarde zijn om gezond te leven, of om verantwoordelijkheid te nemen, of om blij te zijn met wat je hebt. Elke nieuwe situatie vraagt weer om een passende waarde en om een nieuwe invulling daarvan. Dat is niet een koel en abstract gebeuren. Zodra je je in een bepaalde situatie beseft welke waarde je wil realiseren, is dat iets wat je met liefde wil uitvoeren. Wat je dan doet of laat, doe je of laat je omdat je dat graag wil. Ook al voel je daar weerstand bij of kost dat moeite. Bijvoorbeeld: “Ik zou nu leuk een beetje vals kunnen gaan roddelen, maar ik doe het niet, ik wil per se integer blijven.” 

Dit ligt anders bij gedrag dat voortkomt uit een bepaalde drijfveer. In dat geval is wat je doet op zichzelf niet het bevredigende. Wat je doet is gericht op het creëren van lust of omstandigheden die lust zullen brengen. Bijvoorbeeld tot laat doorwerken, omdat je verwacht dat je daarvoor complimenten zal krijgen. 

Het geeft een diepe bevrediging om vrij te kiezen voor wat je belangrijk vindt en te verwerkelijken wat je waardevol vindt. Ook al roept de keuze voor wat je belangrijk vindt vrijwel per definitie weerstand op. Wie bijvoorbeeld wil kiezen voor gezond gedrag zal misschien een tijdlang hevig verlangen naar de lekkere dingen die hij voortaan niet of minder neemt. Iemand besloot minder tijd te gaan besteden aan zijn werk, maar was vervolgens een tijdlang angstig voor kritiek van zijn collega’s. 

De keuze voor een waarde kan moeilijk zijn. Dit in tegenstelling tot een drijfveer waar je niet voor kiest, maar waar je aan toegeeft. Dat is makkelijk, ook als je je bewust bent van eventuele negatieve consequenties, of van een andere richting waarvoor je zou willen kiezen. Een drijfveer leeft zich als het ware in jou uit, in een waarde leef je je in. Handelen vanuit een bepaalde drijfveer waaraan je je overgeeft is onvrij. Gemotiveerd handelen naar wat je belangrijk en waardevol vindt is vrij en laat ook een ander vrij.

 

Hoe om te gaan met dilemma’s?

Een dilemma treedt doorgaans niet eenmalig op, maar herhaalt zich in situaties. Een bepaalde drang ergens toe zal doorgaans niet spontaan in het niets zal verdwijnen. Steeds opnieuw zal zo’n drang worden opgeroepen in situaties. Je raakt dan telkens weer geplaatst voor hetzelfde dilemma. Tot je deze drang hebt weten te beteugelen en voor een andere richting hebt gekozen. Maar ook dan zal je waakzaam moeten blijven om je koers te houden. Een bepaalde drijfveer is meestal niet in één keer overwonnen. Hardnekkig kan keer op keer een drang ergens toe de kop op steken. Toch is elke overwinning een stap in de goede richting. Een drang op enig moment te overwinnen en je te gedragen naar wat je zinvoller vindt, kan voelen als een druppel op een gloeiende plaat. Als het bij die ene keer blijft, is dat misschien inderdaad zo. Maar wie keer op keer zichzelf weet te overwinnen, zal uiteindelijk komen waar hij wil zijn. “De druppel holt de steen uit, niet met geweld, maar door keer op keer te vallen.”

Het oplossen van een dilemma begint met de bewustwording ervan. Het hoeft bepaald niet meteen duidelijk te zijn dat je voor een dilemma staat. In eerste instantie kan iemand zich vooral gehinderd voelen door een probleem waar hij geen goede oplossing voor kan vinden. Bijvoorbeeld heeft iemand op zijn werk overmatig veel taken en vindt dat niet prettig. Hij voelt zich gedwongen om over te werken, maar houdt dat steeds minder goed vol. Het lukt niet om minder taken over te houden. Bijvoorbeeld door te praten met collega’s en met zijn baas. Hij komt tot de conclusie dat er geen makkelijke oplossing is, die hij eenvoudig kan uitvoeren. Waarschijnlijk is dat ook werkelijk zo. Problemen laten zich niet altijd simpelweg praktisch oplossen. Dat geldt met name voor problemen die iemand steeds opnieuw in zijn leven meemaakt.  Een praktische oplossing vinden en uitvoeren is vooral goed mogelijk in het geval van een praktisch probleem. Bijvoorbeeld kan je het probleem van een fiets met een lekke band eenvoudig oplossen door deze te plakken. Het is verleidelijk om te proberen een probleem in de omgang met jezelf of anderen op te lossen alsof het slechts een praktisch probleem betreft. Dat kan leiden tot (eindeloos) blijven nadenken of praten over oorzaken en oplossingen van het probleem. Dit wordt ook wel psychogebabbel genoemd. Alle mogelijke schijnbaar pragmatische oplossingen kunnen worden bedacht en uitgeprobeerd. Doorgaans echter leiden rationele analyses van emotioneel beladen problemen tot onbevredigende oplossingen die alleen voor de korte termijn werken. Het probleem blijft zich dan steeds weer voordoen. Het wordt mogelijk ook na verloop van tijd steeds groter. Weliswaar heb je in het algemeen enige speelruimte voordat een echte oplossing dringend noodzakelijk is geworden. In het voorbeeld van teveel taken op je werk, kan je bijvoorbeeld aanvankelijk simpelweg langer gaan werken. Dit kan een hele tijd goed gaan. Een ander voorbeeld: wie een slaapprobleem heeft kan dit een hele tijd oplossen met slaappillen of een glas alcohol ’s avonds. In de loop van de tijd echter kan het probleem zich gaan verdiepen en verliezen de gehanteerde ‘praktische’ oplossingen hun werking. Zo kan je na verloop van tijd tot het besef komen dat je vast staat voor een probleem dat zich niet zomaar laat oplossen. 

De vaststelling van de hopeloosheid van je pogingen om je probleem op te lossen kan het echter aanvaardbaar maken om te gaan stoppen met al die pogingen die toch tot niets zullen leiden. Daarmee is het probleem nog niet opgelost, integendeel. Maar je verliest geen tijd en energie meer aan oplossingen die toch niet werken. Dat is al winst.

Het is altijd mogelijk om uit een schijnbaar onoplosbaar probleem te komen. Dat vraagt echter om een keuze voor wat je belangrijk vindt. Zo’n keuze voor een waarde heeft echter steevast consequenties waar je in eerste instantie voor kan terugdeinzen. Wie bijvoorbeeld overweegt om minder te gaan overwerken, zal misschien het onprettige gevoel krijgen te hebben gefaald in zijn werk. Een ander wil bijvoorbeeld minder gaan snoepen, maar zal het genot gaan missen en de verleiding voelen. Weer een ander voorziet dat sommige mensen zijn keuze niet zullen waarderen. Allerlei afstotende innerlijke gedachten en gevoelens kunnen je ervan weerhouden om te kiezen voor wat je eigenlijk wil. Het kan moeilijk zijn om goed om te gaan met zulke innerlijke weerstanden. De mogelijkheid om een keuze te kunnen maken voor wat je belangrijk vindt, voelt dus in de praktijk doorgaans niet als louter iets plezierigs.

Het is ook niet altijd gelijk duidelijk wat het beste is om te doen in zo’n problematische situatie en wat je eigenlijk wil. En als je dat ergens wel weet, dan kan het aantrekkelijke van de waarde die je verkiest overstemd worden door de gedachte aan de onprettige consequenties ervan. In eerste instantie kan het dan ook voelen als kiezen tussen twee kwaden: Doorgaan op de heilloze weg van onbevredigende oplossingen, of kiezen voor de pijnlijke consequenties van wat weliswaar het beste is. Zo’n dilemma is in eerste instantie niet fijn om te ervaren, soms zelfs ronduit emotionerend. Het kan de neiging oproepen om te proberen weg te komen van je dilemma. Maar een dilemma gaat niet van jou weg. Een dilemma komt tenslotte uit jezelf voort. 

Het is belangrijk om je emotioneel evenwicht te hervinden als je jezelf aantreft op zo’n kruispunt van wegen; om met zelfrespect te beseffen dat het gaat om een moeilijke keuze voor wat je werkelijk wil. Dat helpt om tot een afweging te komen hoe je dit dilemma zal oplossen. 

Om tot een een keuze te kunnen komen is het belangrijk om op een helpende manier stil te staan bij alle aspecten van je dilemma. Het is bijvoorbeeld belangrijk om in te zien wat de drijfveer is achter je gedrag dat tot dit dilemma heeft geleid. Werk je bijvoorbeeld over omdat je niet nee durft te zeggen tegen je baas, of omdat je wil laten zien wat je kan, of om een andere reden? Ben je vaak aan het snoepen, zodat je je even prettig kan voelen en je boosheid of verdriet kan vergeten? Het is essentieel om respectvol begrip op te brengen voor je eigen gedrag en je drijfveren. Daarnaast is het zaak om stil te staan bij de weerstand die de keuze voor wat je eigenlijk wil met zich meebrengt. Zulke innerlijke weerstand kan in eerste instantie onoverkomelijk lijken. Misschien is het ook wel werkelijk onoverkomelijk voor je. Misschien ook niet. Hoe dan ook is het mogelijk vrije speelruimte te ontwikkelen door bij jezelf stil te staan.

Soms is een keuze snel gemaakt, soms duurt het langer voordat iemand zo ver is. Dat is afwachten.

 

Typische dilemma’s

In het dagelijks leven kan je enkele typische dilemma’s onderscheiden. Inhoudelijk komen deze dilemma’s steeds op hetzelfde neer. In hun uiterlijke verschijningsvorm daarentegen komen ze oneindig gevarieerd voor. Ze kunnen zich op allerlei manieren en terreinen manifesteren. Bijvoorbeeld, de één wil tijd voor zichzelf hebben, maar voelt de verplichtingen van een jong en druk gezin. Een ander wil graag leuke kleren hebben, maar heeft samen met haar partner weinig geld. Beiden willen iets hebben voor zichzelf, maar hebben ook nog anderen om mee rekening te houden. Andersom is het ook mogelijk dat in een en dezelfde situatie verschillende dilemma’s kunnen worden ervaren. Tijdens een feestelijk etentje kan de één voor het dilemma komen te staan om niet krampachtig vast te houden aan het principe van gezond en met mate eten. Een ander kan moeite hebben om zich in te houden en niet veel te uitbundig te gaan eten en drinken.

De volgende typische dilemma’s treden in ieders leven weleens op: 

 

Lust najagen versus gezond leven. 

De lust die je ergens aan kan beleven, kan een doel op zichzelf worden. Bijvoorbeeld bij de consumptie van snoep of seks. Maar ook aan minder voor de hand liggende dingen kan iemand genot beleven als een doel op zich. Bijvoorbeeld heel fanatiek gezond eten, helemaal ‘uit je dak gaan’, of zwelgen in een idee of. Lust als doel op zichzelf verdraagt zich echter niet met het in acht nemen van je gezondheid. Dat kan tot dilemma’s leiden. Het is meestal niet bijzonder ingewikkeld om te bepalen wat goed voor je is en wat niet. Voor je lichamelijke gezondheid doe je meestal al heel veel wanneer je gevarieerd en met mate eet, onbewerkt voedsel kiest, voldoende rust neemt en voldoende beweegt. Voor geestelijke gezondheid zijn bijvoorbeeld nuchterheid en verstandigheid bevorderlijker dan fanatisme of extatische toestanden.

 

Dingen voor jezelf willen hebben versus verantwoordelijkheid nemen. 

Iets voor alleen jezelf nemen of houden, kan indruisen tegen het belang van het geheel waar je deel van uitmaakt. Dat geheel kan je huwelijk zijn, een gezin, een groep collega’s, de buurt waarin je woont, enzovoort. Het kan soms aanlokkelijk zijn om ‘te kiezen voor jezelf’ en het grootste stuk vlees voor jezelf op je bord te scheppen. Of je kinderen gewoon even te laten wachten en fijn de tijd te nemen voor jezelf. Of alle eer voor een gezamenlijke klus naar jezelf toe te trekken. Of juist de schuld van een mislukking op een ander af te schuiven. Verantwoordelijk gedrag impliceert dat je je over je eigen hebzucht heen kan zetten. Voor een leraar, maar ook voor een sporttrainer kan het bijvoorbeeld een waarde zijn om zich verbonden te voelen met – en verantwoordelijk te zijn voor alle kinderen en niet alleen voor enkele bijzondere talenten. Andersom is uiteraard ook mogelijk, dat een leraar juist verantwoordelijkheid neemt ook voor het talent van een enkeling. In plaats van het makkelijk en overzichtelijk te houden voor zichzelf. 

 

Meer willen van hetzelfde, versus dankbaar zijn voor met wat je hebt of krijgt. 

Zucht naar meer kan zich op alle mogelijke manieren manifesteren. Of het erom gaat dat je nog een paar koekjes extra wil eten, of nog meer glazen alcohol wil drinken; of dat je naar nog meer aandacht of complimentjes hengelt. Het kan ook zijn dat iemand een gemis voelt, b.v. naar geborgenheid, en daar onverzadigbaar naar zoekt bij een ander. Soms kan een gemis niet meer worden vervuld, b.v. omdat de persoon die dat gemis had kunnen vervullen er niet meer is. Of omdat de periode voorbij is waarin het gemis is ontstaan en nog had kunnen worden vervuld door een ander. Meer van hetzelfde is niet altijd mogelijk en leidt ook niet altijd tot vervulling. Je kan op een gegeven moment merken dat je verlangen bodemloos is. Alle bevrediging die je kan ervaren maakt alleen maar de zucht naar meer groter. 

Het bodemloze verlangen naar meer kan soms schuil gaan achter een afwerende houding. Aardige gestes of woorden worden afgehouden. Bijvoorbeeld met de opmerking ‘dank je wel, maar ik snap niet hoe je er bij komt’. Of door direct een tegenprestatie tegenover een vriendelijk gebaar te plaatsen. Het is dan toch de kunst om iets positiefs eenvoudig dankbaar in ontvangst te nemen en het daarbij te laten. 

Het is de kunst op tijd te kunnen stoppen en genoegen te nemen met wat je al hebt (gehad). Het kan dan moeilijk worden om het te laten bij een simpel “dankjewel” of “zo is het mooi geweest”. Je kan koesteren wat wat je hebt of hebt gehad en met je meedragen als iets wat dierbaar is. 

Dat wil niet zeggen dat je het daarbij hoeft te laten. Iemand kan bijvoorbeeld merken dat hij aandacht krijgt van een ander, maar niet de aandacht die hij wil. Bijvoorbeeld staat een vader altijd klaar voor zijn dochter om te helpen met praktische zaken. Echter voelt deze dochter zich niet bevredigt. Ze zou willen dat haar vader eens belangstelling toont voor hoe het met haar gaat. Hun contact ontwikkelt zich echter niet zoals ze het zou willen, ondanks alle inspanning. Het kan een dilemma zijn om ofwel van hem te verlangen wat hij niet geeft, ofwel genoegen te nemen met zijn hulp; en wat ze verder nog verlangt bij anderen te zoeken. 

Als je elke keer opnieuw in dankbaarheid iets kan aannemen, kan er op den duur toch een bodem ontstaan in een voorheen schijnbaar bodemloze put. Zo nam iemand zich eens voor om in zijn werk zich niet langer te verschuilen achter zijn rol als professional. Hij wilde dichter bij zichzelf blijven. Dit riep natuurlijk een enorme spanning op en een sterk verlangen naar bevestiging. Maar wat mensen ook zeiden, het kwam eigenlijk niet aan en het was nooit genoeg. Hoe veel positieve reacties hij ook kreeg, hij bleef onverminderd angstig. Tot hij besloot om  steeds opnieuw elke aardige reactie uit zijn omgeving echt aan te gaan nemen. Weliswaar werd zijn spanning daarmee niet direct helemaal opgelost. Toch maakte zijn besluit een nieuw groeiproces mogelijk. Vanaf dat moment kwam hij langzamerhand kwam hij tot rust en ontwikkelde hij nieuw zelfvertrouwen. 

Boos blijven mokken of razen versus vastberaden de situatie naar je hand zetten en onverzettelijk vasthouden aan een genomen besluit.

Het kan boos maken wanneer je in een situatie komt waar je niet in wilt zijn; of wanneer je behandeld wordt op een manier die je niet wilt. Soms zal je uiteraard ontdekken dat je in wezen boos bent op anders dan je in eerste instantie dacht. Het is bovendien vrijwel altijd mogelijk om respectvol tot begrip te komen voor wie of wat je boos heeft gemaakt. Dat hoeft evenwel niet te betekenen dat de situatie daarmee voor jou is opgelost en in orde. Het is ook niet het doel van het opbrengen van begrip om boosheid en verzet te stoppen. Net als andere drijfveren kan je wrok niet eenvoudig wegmaken, wanneer deze eenmaal is opgeroepen door de situatie.

Met machteloze woede kom je pas verder wanneer je een draai geeft aan de situatie waardoor deze aanvaardbaar voor je wordt; wanneer het lukt een nieuw kader te scheppen waarin dat wat je boos heeft gemaakt op zijn plek valt. Dat houdt in dat je grenzen stelt aan wat je niet meer wilt.

Zo’n nieuwe ordening komt tot stand met het maken van een keuze voor wat voor jou belangrijk is. De drang tot mokken of tieren is alleen te overwinnen door te bepalen wat je te doen staat gegeven de situatie en je waarden; en door daar ook naar te gaan handelen. Je geeft de situatie daarmee een wending, waardoor je weer op zinvolle wijze verder kan. Je machteloosheid zet je om in macht. Je zet de situatie naar je hand, creëert een nieuwe realiteit. Je gaat daarmee doelgericht een confrontatie aan met wat je boos heeft gemaakt. Je boosheid zal zakken zodra dat lukt. 

Het maken van – en vasthouden aan een keuze werkt begrenzend. Niet alleen begrens je jezelf en de drijfveren die jou tot dan toe vooruit duwden. Ook op anderen werken je keuzes begrenzend, doordat je niet meer open staat voor wat buiten de richting valt die je op wilt.

Elke keuze voor wat je belangrijk vindt is in feite een confrontatie met de werkelijkheid. En confrontaties roepen weerstand op. Het komt er op aan aan je besluit, aan je nieuwe koers onverzettelijk vast te houden. Het onverzettelijk en consequent handhaven van een gestelde grens is waar het op aan komt. 

De enige goede reden om dan nog van zo’n besluit af te zien, is de constatering dat je je hebt vergist. 

Als je merkt dat je blijft mokken, dan is het kennelijk nog niet gelukt om van machteloosheid te komen tot machtigheid. Je hebt jezelf nog niet voldoende weten door te zetten. Het spreekt voor zich dat je je niet kan verzoenen met een situatie waar je verzet tegen voelt. Je blijft machteloos boos tot je je conclusies hebt getrokken en beslissingen hebt genomen.  

Het kan ook zijn dat je weer boos wordt, ondanks een eerder genomen besluit. Dan is het zaak je besluit te vernieuwen en opnieuw te overwegen wat je te doen staat.

Het verwerkelijken van een keuze gaat tegen de weerstand in en dat geldt ook voor het verdedigen van grenzen. Het kan zijn dat je keuze alleen door te zetten is door terug te komen op een gedane toezegging; of door consequenties te verbinden aan iemands gedrag. Net als elke keuze kan dat voelen als een sprong in het diepe. 

Wat je daartoe kan aanzetten is je boosheid over wat je niet wil en je hang naar wat je wel wil.

 

Je verschuilen achter uiterlijkheden versus oprecht blijven over wat innerlijk speelt.

Het kan verleidelijk zijn om je te verschuilen achter poses en houdingen. Je kan jezelf zodanig manifesteren dat je je in feite verbergt achter jezelf – en zelfs voor jezelf. 

Goede bedoelingen, redenen, omstandigheden, emoties enzovoort kunnen alle uiterlijkheden vormen om je achter te verschuilen. Wat innerlijk werkelijk voor je speelt, kan je daarmee naar de achtergrond dringen. Wat iemand voelt, denkt of zegt over zichzelf kan ver af staan van wat nog meer aan de hand is maar verborgen wordt gehouden. Dat kan een gevoel van veiligheid of comfort geven in het contact met anderen. 

Wie zich verliest in uiterlijkheden, zal ook bij anderen daarop gericht raken. Je kan gedrag van een ander beoordelen zonder nog oog te (willen) hebben voor wat er in hem omgaat. Je kan bijvoorbeeld op alle slakken zout leggen zonder rekening te willen houden met iemands goede bedoelingen. Andersom kan je ook er toe gaan neigen iemands gedrag alleen nog maar te beoordelen in het licht van zijn veronderstelde goede bedoelingen of moeilijke omstandigheden. Terwijl het gedrag van die ander iets heel anders bij je oproept, dan wat je beoordeling suggereert. 

Toch kan je steeds ervoor kiezen om eerlijk en op oprecht te blijven over wat er in je omgaat. 

Ook wanneer het verleidelijk is geworden om weg te kijken en jezelf en anderen maar wat wijs te maken. Je kan steeds jezelf onder ogen komen, de confrontatie met jezelf aangaan; en aanwezig blijven in het contact met anderen.  

Het komt er daarbij niet zozeer op aan om jezelf te laten gelden of je punt te maken. Het gaat er meer om om eerlijk te laten zijn wat er in jezelf omgaat; om oprecht te blijven. Het impliceert dat je de balans houdt tussen vormelijkheid en echtheid. Het is niet zinvol om gewoon maar alles te zeggen wat je denkt. Maar het is ook niet zinvol om niet te respecteren wat je eigenlijk denkt of voelt. 

Innerlijke aanwezigheid kan al tot stand kan komen in kleine gedragingen. De keuze voor innerlijke echtheid kan je al tot stand brengen in je lichaamshouding, of in je stemgebruik. 

Zonder de uiterlijke verhoudingen uit het oog te verliezen kan je in elke situatie ervoor kiezen te laten zijn wat er innerlijk is. Het kan weliswaar verleidelijk zijn om je helemaal te vereenzelvigen met b.v. een uiterlijke rol. Bijvoorbeeld die van ‘dokter’ of van ‘patiënt’. Het maakt veel uit of het dan nog lukt om oprecht aanwezig te blijven in de situatie. Dat lukt niet vanzelfsprekend. Zo vertelde eens een man die tot priester was gewijd, dat hij na zijn wijding niet meer wist hoe om te gaan met zijn broers en zussen. Hij had zich verloren in zijn rol en kon niet meer anders dan voor hen ook een priester te spelen. 

Het verwijdert je echter van jezelf om toe te geven aan de drang iets heel anders voor te wenden dan wat in essentie in je omgaat. Dat is een vorm van doen alsof waarbij je jezelf niet laat kennen. Daarmee plaats je je boven de ander of juist eronder. Je kan je machtig of juist zwak voordoen, alwetend of onwetend. Het is echter om het even of je jezelf opblaast of juist klein voordoet. Groot van buiten en klein van binnen, of juist klein van buiten en groot van binnen: het komt op het zelfde neer. Het gaat voorbij aan wat er in jezelf of een ander omgaat. Er is dan geen sprake meer van gelijkwaardigheid. In feite gedraag je je daarmee hoogmoedig ten opzichte van anderen.

Weliswaar kan het heel verstandig zijn om jezelf niet te laten kennen of iets voor te wenden. Dat kan ook een waardengerichte keuze zijn. Dat is echter een ander soort situatie dan die waarin je je tot uiterlijke schijn verleid voelt ten koste van de realiteit in jezelf.

Enkele voorbeelden. 

Een zoon schuwt de confrontatie met zijn vader en wil niet boos zijn op hem. Hij probeert zich tevergeefs te kalmeren met verklaringen over de moeilijke jeugd van zijn vader en de conclusie dat zijn vader niet zo ver is als hijzelf. 

Een vader wil graag dat het contact met zijn zoon wordt hersteld. Hij wil echter geen initiatief hiertoe nemen, want hij vindt dat een zoon respect moet tonen en de eerste stap moet doen. 

Een moeder vindt het moeilijk om te erkennen dat ze soms haar kind wel achter het behang kan plakken. Dat te erkennen zou haar het idee geven een slechte moeder te zijn. Een vrouw zou graag zich wat stoerder kleden, maar vindt dat niet erg spiritueel van zichzelf. 

Een man voelt zich verdrietig, maar heeft er moeite mee dat toe te laten. Tenslotte huilt een man niet, dan ben je een watje!

 

Hatelijk doen uit jaloezie of afgunst versus integer optreden in woord en daad.

Kleine jaloezietjes treden nu eenmaal voortdurend op en verleiden tot negatief gedrag. Dit kan heel subtiel blijven, b.v. in de vorm van het koesteren van negatieve gedachten over een ander. Ook stille, schijnbaar onzichtbare gedragingen als het koesteren van een hatelijke gedachte hebben echter hun invloed. Het geheel van je functioneren wordt er mede door bepaald. Dat wreekt zich in je interacties met anderen. 

Jaloers of afgunstig gedrag kan ook grotere proporties aannemen en uitmonden in venijnig roddelen en zelfs in het leveren van nare streken. “Hij is misschien wel heel goed in zijn werk, maar thuis is hij een waardeloze echtgenoot.” Zo vertrouwde mij iemand eens toe over een collega. Een moeder schamperde over haar dochter dat ze een aandachttrekker was. Haar afkeer bleek vooral vooral een een uiting van jaloezie op de nabijheid die haar dochter kon ervaren in het contact met anderen. 

De drang tot in wezen afgunstige hatelijkheden leidt tot niets positiefs. Tegenover die drang kan je de keuze plaatsen voor integriteit in woord en daad. Je kan ervoor kiezen een ander te behandelen zoals je zelf wil worden behandeld. Je kan het als leidraad nemen om zo over een ander te praten, dat het in orde zou zijn als die ander het ook werkelijk hoorde; om zo te handelen dat je een ander niet iets aandoet, ook al is ’maar’ met woorden. Niet alleen in woord en daad, maar werkelijk tot in je gedachten aan toe kan je dit doorvoeren. Gedachten heb je weliswaar niet helemaal in de hand. Toch maakt het verschil wanneer je je verzet tegen opkomende hatelijkheden en ze niet heimelijk koestert. 

Het kan zijn dat afgunst er toe leidt dat iemand zich niet keert tegen een ander, maar tegen zichzelf. Zo iemand wordt hatelijk jegens zichzelf uit jaloezie op een ander. Bijvoorbeeld kan iemand zich vergelijken met een ander, concluderen minder te hebben bereikt en vervolgens tegen zichzelf zeggen: “je bent toch ook niet helemaal niets, een nul!” Voor de hatelijkheden jegens jezelf geldt hetzelfde als voor de hatelijkheden jegens een ander. Je kan er voor kiezen jezelf te behandelen zoals je ook een ander zou behandelen. Je hoeft je boosheid tegenover jezelf niet door te zetten. Je hoeft jezelf niet hatelijk te behandelen en b.v. jezelf omlaag te halen. De keuze voor integer gedrag, uiterlijk èn innerlijk, heeft niet alleen betrekking op anderen, maar ook op jezelf. 

 

Uit moedeloosheid tot passiviteit vervallen versus motivatie putten uit wat je waardevol vind.

Het komt erop aan steeds opnieuw enthousiast te kunnen worden voor wat je wil en voor wat je doet. Gerichtheid op wat je belangrijk vindt roept onvermijdelijk weerstand op. De moed kan je in de schoenen zinken, als je merkt dat een keuze niet zo gemakkelijk vast te houden is en in daden om te zetten. De vraag of je ooit je doel gaat bereiken en hoe je dat zou moeten doen, kan je helemaal deprimeren en passief maken. Het kan op een gegeven moment allemaal zinloos en kansloos lijken om te gaan voor wat je wilt. Zelfs kan een waarde zoveel innerlijke weerstand oproepen, dat het aantrekkelijke van die waarde niet eens meer voelbaar is. Dat kan allemaal ontmoedigen.

Het komt er dan op aan toch weer te kunnen gaan geloven in wat je wilt; om steeds opnieuw te kiezen voor de weg voorwaarts; om het er niet bij te laten zitten en op te geven. Je zal tot iets moeten komen waardoor je weer kan geloven in wat je wil. Een keuze als deze kan op allerlei manieren vorm krijgen. Misschien moet je je meer richten op verwerking van emotionele problematiek, als je weerstand te groot is om tot iets te kunnen komen. Misschien helpt het om tijdelijk afleiding te zoeken, zodat je daarna meer succesvol je kan richten op een keuze. Misschien helpt het om iemand te vragen je moed in te praten. Het kan erop aan komen te analyseren wat er mis ging, zodat je meer kans hebt op succes in de toekomst. Of om je wat meer te richten op wat tot dusver wel goed ging. Of door steeds opnieuw voor ogen te houden waar je het voor doet. Het maakt niet uit hoe je doet, als het maar lukt om jezelf uit het slop te trekken en jezelf te herpakken. 

Je kan je altijd opnieuw laten motiveren door – en je richten naar wat belangrijk is voor je. Iemand zag bijvoorbeeld eens erg er tegen op om de confrontatie aan te gaan met een bepaalde persoon. Ze zag dat eigenlijk helemaal niet zitten. Tot ze zich realiseerde dat het belang van haar kinderen ermee was gediend als ze dat toch zou doen. Dat was voor haar zo belangrijk, dat ze haar moedeloosheid relatief gemakkelijk kon overwinnen. 

Wie ergens voor wil gaan maar zich (misschien wel steeds opnieuw) geconfronteerd ziet met dilemma’s, mislukking, enzovoort, komt vroeger of later in de verleiding om het op te geven. Dat komt het erop aan je af te vragen: Waarom wilde ik dit ook al weer? Waarom is dit belangrijk? Geef ik het op of ga ik door? Wat staat me te doen om er weer in te kunnen geloven?

 

Dilemma’s en de dynamiek van het dagelijks leven

Dilemma’s in het dagelijks leven kunnen aanleiding geven tot keuzes voor wat iemand belangrijk vindt. Aan een echte keuze gaat vaak een heel proces vooraf. Dat kan tijd en inspanning kosten. Allerlei beladen gedachten en gevoelens kunnen opkomen en om aandacht vragen. De aanloop naar – en het maken van een keuze is wel te beschouwen als de helft van het werk. De andere helft bestaat uit het verwerkelijken van de richting waarvoor je hebt gekozen. Het geeft energie om te kiezen en uit te voeren wat je wilt. Het is fijn als je merkt dat mensen positief reageren op wie je echt bent en wat je wil. Het kost echter ook energie om dit door te zetten tegen alle weerstand in die er altijd is. In je binnenwereld zal zich van alles verzetten tegen de nieuwe impuls die de keuze voor een waarde in feite is. In de buitenwereld zal waarschijnlijk niet iedereen positief op je keuze reageren. Het kan verrassen tot wie dan toenadering en tot wie enige verwijdering ontstaat. De kwaliteit van je interacties neemt evenwel toe naarmate je meer gaat leven naar wat je werkelijk belangrijk vindt.

Oefening welke dilemma’s kom ik tegen?

Hieronder zie je enkele typische dilemma’s op een rijtje. Probeer voor elk dilemma een voorbeeld te geven waarin je toegaf aan een bepaalde drijfveer. Geef daarnaast een voorbeeld van eenzelfde soort dilemma, waarin je de keuze maakte voor een waarde.

Je kan deze oefening richten op de grootste dilemma’s waarmee je worstelt of hebt geworsteld. Je kan deze oefening ook richten op je ervaringen van bijvoorbeeld vandaag of gisteren. Waarschijnlijk kan je ook dan voor alle waarden en drijfveren een voorbeeld vinden. 

  1. Lust of plezier najagen versus kiezen voor gezondheid

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

 

2. Dingen jezelf toe-eigenen versus kiezen verantwoordelijkheid nemen voor het geheel

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

 

3. Meer van hetzelfde najagen versus dankbaar zijn voor wat je hebt

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

 

4. Mokken of tieren versus vasthouden aan een besluit

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

 

5. Je verschuilen achter uiterlijkheden versus oprecht blijven in wat je denkt en voelt

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

 

6. Afgunstig hatelijk doen versus integer blijven 

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

 

7. Moedeloos bij de pakken neerzitten versus jezelf motiveren voor wat je belangrijk vindt

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

 

Oefening grafschrift

Kies een dilemma. 

Als je om dit dilemma zou worden herinnerd, hoe zou dan de tekst op je grafschrift kunnen luiden?

 

Hoe kom ik tot de herkenning – en oplossing van een dilemma?

De vragen hieronder kunnen helpen om van psychogebabbel over een probleem te komen tot iets wat helpend voelt. Elke vraag kan gedachten en gevoelens oproepen die vragen om gelijkmoedigheid (emoties toelaten en emoties temperen), begrip, onbevangenheid!

  • Heb je een min of meer problematische situatie waar je tegen aanloopt?
  • Heb je de neiging om je in deze situatie op een bepaalde manier uit te leven? Ben je bijvoorbeeld erop gericht om…
    • te genieten? 
    • iets voor jezelf alleen te hebben?
    • steeds meer van hetzelfde te willen?
    • te blijven mokken over wat je dwars zit?
    • je anders voor te doen dan je werkelijk denkt of voelt?
    • uit jaloezie een ander in woord of daad iets aan te doen?
    • moedeloos bij de pakken neer te zitten? 
  • Laat dit gedrag zien hoe je wilt zijn?
  • Werkt het om je zo uit te leven voor de korte termijn, maar juist niet voor de lange termijn?
  • Analyseer je oorzaken van – en oplossingen voor dit probleem zonder dat dit tot iets leidt?
  • Leert de ervaring je dat dit probleem niet eenvoudig de wereld uit kan worden geholpen?
  • Verscherpt of verdiept dit probleem zich geleidelijk aan? Werkt de tijd in je nadeel? 
  • Ben je gestopt met kansloze pogingen om dit probleem weg te werken? Voel je je ‘bewust onbekwaam’ en ben je in een toestand van ‘creatieve hopeloosheid’?
  • Kan je jezelf met deze neiging zien staan in deze situatie? Kan je je verhouden tot jezelf zoals iemand zich tot jou zou verhouden die jou echt hielp?
  • Is er m.b.t. dit probleem een keuze denkbaar die past bij hoe je wilt zijn, zoals…
    • gezond leven
    • verantwoordelijkheid nemen
    • dankbaar zijn 
    • onverzettelijk blijven in een besluit
    • oprecht blijven
    • integer blijven
    • jezelf motiveren met je waarden
  • Kan je jezelf zien staan met je weerstand tegenover deze keuze? Kan je je verhouden tot jezelf, zoals iemand zich tot jou zou verhouden die jou echt hielp?
  • Kan je tot een keuze komen en een concreet voornemen, die goed en helpend voelen?